Hoe het allemaal begon..

26-06-2017

Vage klachten had ik. Veel dorst, ontzettend vaak plassen, minder energie en zelfs al een paar maanden niet ongesteld. Ik dacht dat ik het mezelf had aangeleerd om gewoon veel te drinken. Maar toen de weegschaal drie kilo minder aangaf, terwijl ik juist meer ging eten, was het duidelijk: een bezoekje langs de dokter is een goed idee.

Naar het ziekenhuis

Een paar dagen later werd ik gebeld met de uitslag van het bloedonderzoek. “Je moet direct naar het ziekenhuis, ga maar naar de eerste hulp.” Midden op de dag ging ik opeens samen met mijn moeder naar het ziekenhuis. ‘Een beetje overdreven’, dacht ik. ‘Ik kan alles nog en voel me op zich prima.’ In het ziekenhuis werd mijn bloed en urine onderzocht. “Je bloedsuiker is 40 en je bent behoorlijk verzuurd”. Geen idee wat het betekende. Mijn moeder schrok meer dan ik, 40?! Ik had geen idee.. Vervolgens kreeg ik te horen dat ik opgenomen moest worden in het ziekenhuis.

Bam. Dat had ik niet zien aankomen. ‘Ik in het ziekenhuis? Maar ik ben toch niet ziek? Ik voel me prima.’ Ik dacht dat ik gewoon een spuit kreeg of wat pillen en naar huis zou kunnen.

Ik keek verbaasd naar de verpleegkundige die me op kwam halen met een rolstoel. ‘Joee, ik ben niet gehandicapt ofzo?’ “‘Ik kan gewoon lopen hoor’’, vertelde ik haar, ‘‘ik voel me prima.’’

De verpleegkundige bracht me naar de AOA afdeling, eigenlijk een afdeling voor hartpatiënten. Ik kwam op een zaal met 4 oude mannen te liggen. Gelijk kreeg ik een infuus met 4 liter vocht en wat insuline. ‘‘Je zal wel vaak moeten plassen vannacht’’, zei de verpleegster. Dat wil wel ja, met 4 liter extra vocht plus alles wat ik zelf nog drink!

Die nacht heb ik geen oog dicht gedaan. Er ging van alles door mijn hoofd. Voor de eerste keer in mijn  leven lag ik in het ziekenhuis. Ik lag aan een infuus. Om de twee uur werd mijn bloed geprikt en gecheckt. De oude man tegenover mij snurkte enorm. De zusters kwamen af en toe binnen om medicijnen bij mensen te brengen en infusen te verversen. Een ambulance kwam binnen en een man kwam terug van zijn operatie.

Uiteindelijk was het dan 6 uur en werden alle standaard controles uitgevoerd. Bloeddruk, temperatuur, en natuurlijk weer mijn suikerwaarde. Ik was netjes gedaald naar 10.

Ik voelde me bijna nog zieker in het ziekenhuis, dan ervoor. In zo’n bed, een zaal, slangetjes en ik werd ook behandeld als patiënt. Mijn ontbijt werd gebracht terwijl ik op het knopje van mijn bed drukte om mijn bed om te toveren tot een zit-bed. Best comfortabel, dat wel.

Diabetes

Mijn moeder was alweer op tijd in het ziekenhuis. De dokter kwam langs om vast te stellen dat ik diabetes heb. Zo. Vanaf toen had ik dus ‘officieel’ diabetes type 1. Mijn leven lang. Voor altijd.

Ik was er vrij nuchter onder. Zoiets hadden we al wel verwacht en ik had me er al een beetje op voorbereid. Maar toen de diabetes verpleegkundige met een grote doos aan kwam zetten moest ik toch wel even slikken. Zoveel spullen, heb ik dat allemaal nodig?

Ze legde me uit wat het betekende dat ik diabetes had. Ik zou voortaan vier keer per dag insuline moeten spuiten. ‘‘Je leven gaat behoorlijk veranderen,’’ zei ze, ‘‘bij alles wat je eet en drinkt moet je nadenken.’’

‘‘Als je zelf kan spuiten, mag je naar huis,’’ zei de verpleegkundige. Ik zette voor het eerst een naald in mijn buik en het ging eigenlijk best prima. “Dat lukt wel hoor’, zei ik, ik wilde zo snel mogelijk weer naar huis! De verpleegster vond het maar dapper van me dat ik zo snel zelf al durfde te spuiten. Om drie uur mocht ik eindelijk naar huis. Eindelijk!

Helaas juichte ik te vroeg, de volgende dag mocht ik terug komen. Benieuwd waarom? Dat vertel ik je in mijn volgende blog!

Groeten Talitha