Een insulinepomp

11-07-2016

talitha pom‘Kijk, zij heeft een insulinepomp!’ fluistert een jongen tegen zijn vriendje in de supermarkt. Ik glimlach en loop door. Hij snapt het tenminste. ‘Wat is dat?’, vroeg laatst een aardige bedienster in een restaurantje. ‘Een insulinepomp!’‘Goh wat handig, beter dan dat prikken zeker?’ Zij snapt het tenminste.

Je hebt ook die staren. Staren naar de witte koelkast op mijn arm, zoals mijn vriend het noemde. Ik vraag me altijd af wat ze denken. ‘Ah, ze is ziek ofzo’ – ik ben niet ziek hoor en ik ben ook gewoon heel normaal. ‘Zou ze daar haar aantal stappen mee meten?’ – lijkt mij best grappig eigenlijk. ‘Is er iets mis met haar arm?’- zover ik weet niet.

Oh en dan is er ook nog een overdosis aan mensen die denken dat ik een alvleesklier op mijn arm heb geplakt. ‘Goh wat handig, gaat het nu vanzelf?’ Nee, Adje alvleesklier zit nog steeds ergens in mijn buik en doet zijn werk niet goed. Mijn pod helpt hem een handje. (Wat, ben je pot?! Euh nee)

Ik erger me totaal niet aan wat mensen zeggen, denken of dat ze staren naar mijn witte koelkast (zou er cola in liggen?). Zo onwetend ben ik ook geweest. Een jaar geleden zelfs nog. Ik zag een jongen van onze studentenvereniging insuline spuiten en dacht ‘oh, is hij zo iemand. Iemand met diabetes. Hij zal het vast al zijn hele leven hebben’. Toevallig was dit ook zo, maar ik heb me nooit gerealiseerd dat het net zo goed kon zijn dat hij het nog maar een maand zou hebben. Ik realiseer me hoe weinig ik van diabetes af wist en dat waarschijnlijk een groot deel van de wereld geen flauw idee heeft wat het met zich mee brengt.

De eerst twee weken met de koelkast op mijn arm bevallen goed! Niet meer in mijn onderbroek zitten als ik een jurkje aan heb tijdens het eten. Een druk op de knop en klaar. Wel valt het me opeens op hoe vaak ik met mijn arm tegen een deurpost aan loop. Daar moet ik nog even op oefenen.

Groet Talitha