Vakantie

07-08-2016

pharmacie-centraleHet is weer vakantietijd en we gaan weer eens kamperen. Kamperen op zichzelf is al een gedoe, kamperen met een kind met diabetes is helemaal een mijl op zeven! Naast alle gewone voorbereidingen zoals het in de auto zien te prakken van alle kampeerspullen, dien je als ouder-van-een-kind-met-diabetes aan nog heel wat extra dingen te denken. Het betreft hier vooral het meenemen van de juiste hoeveelheid insuline. En wat dacht je van alle noodzakelijke gadgets? Om een voorbeeld te geven, hier een kleine greep: infuussetjes, pennaalden, meetstripjes, druivensuiker, lancetten etc. En dan zijn we er nog niet. Voor de zekerheid adviseert men om ook vooral een reservepomp mee te nemen. Eigenlijk alles reserve. Zonder de juiste spullen ben je als diabeet namelijk nergens! Het slimst is het natuurlijk om al die belangrijke dingen vervolgens niet op één plek te bewaren, maar verspreid in de auto. Zo kan er niets misgaan. Als de auto gestolen wordt, hebben we altijd nog wat insuline in dat ene tasje, en vice versa. Verder is het van belang dat de insuline vooral koel wordt bewaard. Dus graag in de koelbox die je natuurlijk bij je hebt.

Dat doet mij denken aan onze eerste zomervakantie met ons kind-met-diabetes. Inmiddels drie maanden gewend aan meten, wegen en spuiten, wilden we bewijzen dat we niet uit het veld waren geslagen door die stomme ziekte. We zouden gewoon, net als andere jaren, gaan kamperen in Zuid-Frankrijk. Compleet met alle diabetesspullen en… een weegschaal, rekenmachine en voedingswijzer. Alles stond klaar en alles was slim verdeeld over de verschillende tassen en koffers. Het inladen kon beginnen en ook dat leek naadloos te verlopen. Op naar Frankrijk!

We reden snel achteruit en hoorden vervolgens een flinke bonk. Wat kon dat zijn? Een klapband?

Ik denk dat het tijdens één van onze eerste stops in België moet zijn geweest dat we erachter kwamen. Op de één of andere manier waren we tóch vertrokken zonder de tas met weegschaal, rekenmachine en voedingswijzer. Vraag me niet hoe het kwam, het zullen de zenuwen geweest zijn. Als nieuwbakken diabetesouders dachten wij toen écht niet zonder deze attributen te kunnen. Daarom reden we meteen het eerstvolgende dorp in en kochten daar een nieuwe weegschaal en rekenmachine. Daarnaast belden we een bevriend buurman of hij in ons huis wilde gaan zoeken naar het vreselijk belangrijke boekje met koolhydrateninformatie. En of hij dat dan zo snel mogelijk wilde posten naar onze vakantiebestemming. Zo, dat was dat. Hadden we het nu gehad? Nee, helaas niet.

Een paar uur later die dag reden we over de tolweg door een inmiddels bloedheet Frankrijk. Gelukkig lag de voorraad insuline in onze speciaal daarvoor aangeschafte koelbox achterin. Lekker tussen de eitjes en tomaten. Maar het werd tijd voor de lunch, dus we reden een overvolle stopplek op. Goddank vonden we een parkeerplek en, gewapend met koelbox en kleedje, bevochten we een plek in de schaduw. Na het eten gauw weer inpakken en wegwezen, het was te warm om langer dan een seconde stil te staan. We reden snel achteruit en hoorden vervolgens een flinke bonk. Wat kon dat zijn? Een klapband? Ik vloog de auto uit en zag meteen wat voor verschrikkelijks er was gebeurd: we waren over onze eigen koelbox heengereden! Sufferds die we waren; we hadden ‘m laten staan achter de auto. Het ding lag op z’n kant en er rolde van alles over de grond: de eieren, de tomaten, een pakje boter, noem maar op. En het gekke was, alles was nog redelijk heel, behalve, ja behalve… onze hele voorraad insuline. Het doosje was volkomen geplet. Ik pakte het op en voelde mijzelf wit wegtrekken. Allemaal kleine scherfjes, en de insuline droop over mijn handen. In totale paniek klampte ik een voorbijganger aan en riep: “Kijk nou! De insuline! De insuline!” De betreffende mevrouw keek mij aan alsof ik een gevaarlijke gek was en liep haastig verder.

Afijn, om een lang verhaal kort te maken: alles kwam natuurlijk uiteindelijk goed. We zijn er die zomer achter gekomen dat Frankrijk fantastische apotheken heeft. Waar je snel nieuwe insuline, gekoeld en wel, met tasje krijgt. Al begrepen ze daar ons speciaal in het Frans geschreven reserverecept niet. Pas toen we NovoRapid riepen, snapten ze het. Aha, zo moet dat.

Vanuit Frankrijk hebben we nog wel een keer onze diabetesverpleegkundige gebeld. En toen die het hele verhaal aan de telefoon hoorde, begon ze heel hard te lachen. Een beetje beduusd waren we er van. Op dat moment zagen wij dat niet zo in, maar inmiddels ruim vier jaar en heel veel ervaringen verder, kan ik nu wel zeggen: misschien was het al met al toch wel een beetje grappig, ja…